In de 15de eeuw placht men Hullebrug ook wel 'Helleveer' of 'Hellebroeck' te noemen. Was de duivel er dan mee gemoeid?
In 1449 woonde er pachter Heyn de moelder (molenaar).
Deze brave borst zat maar al te graag achter de vrouwtjes aan, kon zijn handen niet thuishouden en ging meermaals nog een streepje verder…
Op een gure nacht reed hij, na alweer baldadige frivoliteiten, dronken naar huis.
Ter hoogte van Hullebrug stond de duivel himself hem op te wachten en kieperde de bolleboos met paard en kar in de Nete.
De dag daarop werd hij gevat door de 'drossaard' ofte 'champêtre' en in het Correctieboek der stede Lier vinden we dat hij
op 5 juli 1449 veroordeeld werd wegens begane 'onzeden' tot eene beevaart naar "'t Onzer Vrouwe te Nysele (Frankrijk)".
Moeder Hullebrug
Lieve moeder Hullebrug
Ik zag je, en dacht: "ooit kom ik bij je terug"
Jouw warmte kon mij bekoren...
Ik wil voor altijd bij je horen!
Ik zag in de wereld vele landen,
maar voelde mij nooit zo goed
als in jouw handen...
Van de Uluru tot de Ganges rivier...
't voelt nergens zo 'thuis' als hier.
Itegem, waar ik opgegroeid ben langs de kabbelende nete...
Mijn thuishaven... zeker weten!!!
Herfstbladeren
Moede blaren rits'len van de bomen
Hullebrug is weer tot rust gekomen
't is weer voorbij die mooie zomertijd
Wanneer gewas en dier zo goed gedijt
De momenten van mijmeren zijn nu daar
Kom in mijn boot die ik tot de einder vaar
Poedersuiker
Witte paden omfloerste schemer
Oude takken warmen 't vuur
't is weer winter koel belegen
Wind giert alles grauw en guur
IJsschotsen spelen op de Nete
Kraaien stoeien om hun oude vete
Zachte vlokken talmen
En strelen langs de kale halmen
Maar Hullebrug ligt warm bedolven
Veilig weg waan je huilende wolven
Kom knus spinnen aan de haard
Om te winterslapen tot in maart
Goesting op de noen
Speelse honden blaffen
De krolse poes spint van toen
Nog even wou je zorgzaam zijn
Dat hoefde je niet te doen
Laat de dingen in hun mijmer
't is goed zo, zie je wel
Van hak op tak en af en toe
Je doolt van hier tot aan de einder
Met goesting van in de morgen
Tot veel, veel later op de noen
Vlaamse kermis
De mallemolen draait en zwiert
Twinkellicht dat tuinpad siert
De meisjes tieren en plezieren
Zoetgevooisde liedjes pintelieren
Daar mortiert het orgel van de tuinman
Die bloemen vlecht in ‘t huisje van verlangen
Dartele vlinders die je o zo graag wil vangen
Knetterend haardvuur
Met versgevangen vis
Sacrale momenten van zoet en zuur
Frivole collage van Hullebrug kermis
Nete-engel
Deemst'rend dooft in 't westen
Achter een geladen wolk de zon
Wijl de zilv’ren sikkelmaan
Aan haar held’re reis begon
Daalt de stilte over de lage wei
De bosuil roept gedwee de nacht
En onder een romige nevelsprei
Kabbelt de trage Nete zacht
Bij de rosse gloed van 't vuur
Gaat de wijn van mond tot mond
En even zijn we t'rug waar vroeger
De Engel op het Eiland stond
Avondrood boven Hullebrug
De zilte avondschemer
Kantwerkt mijn mijmering
In haar mooiste gloed
Op gitzwart karmozijn
En zie, de laatste eenden dwalen
De dag heeft deugdgedaan
Murmelende prevel in het deemster
Late Nete laat je stiekem in de waan
En hoor, de diepe tonen van 't nabije bos
Dat nu graag de slaap ingaat
Want na ochtenddauw is er weer de zon
Alsof 't geluk niet meer op en kon
En snuif, en voel, en kniel
Bij avondrood
zingt het zoetste van de ziel
Avondrood deel 2
Gelukzalig mijm'ren van 't is goed geweest
Houden van de vrinden en de goeie dingen
En van mijn teerbeminden nog het meest
zie de eenden dwalen
hoor het diepe bos
Graag en traag
Verstild genieten tot ik deemoedig kniel
Want bij avondrood
zingt het zoetste van de ziel